IT’s Ton Lutz Prijs 2011

Amsterdam, 1 juli 2011

 

Regisseur Ilmer Rozendaal wint
ITs Ton Lutz Award

Prijzenregen tijdens laatste avond ITs Festival Amsterdam 2011


Op de laatste avond van de 22ste editie van ITs Festival Amsterdam zijn maar liefst zeven awards uitgereikt. In een afgeladen Compagnietheater presenteerden acteur Eelco Smits en actrice Karina Smulders de feestelijke awardshow. De ITs Ton Lutz Award, de prijs voor de beste regie, gaat dit jaar naar Ilmer Rozendaal met haar voorstelling Medea.

Medea’s ondenkbare daad ensceneren, is een waagstuk. Maar Ilmer Rozendaal slaagt wonderwel. Dit stuk is sterk tekstgericht, en veel komt dus aan op spelregie. Rozendaal heeft van haar Medea een locatievoorstelling gemaakt, en maakt goed gebruik van de mogelijkheden die de NDSM-werf en omgeving haar aanreikt. Hier is een regisseur aan het werk die durft te raken, die met hoofd en hart regisseert. Rozendaal, student aan de regie opleiding van de Toneelacademie Maastricht, wint de ITs Ton Lutz Award, te besteden aan de verdere ontplooiing van haar talent.

De juryleden 2011: Dragan Bakema, Liesbeth Coltof, Jan Zoet en Herien Wensink

ITs Festival Amsterdam 2011 werd gehouden van 23 juni t/m 1 juli 2011. Meer dan 50 producties van afstuderende podiumkunstenaars waren te zien in zeven verschillende theaters en één op locatie.

———————————————————————————————————————————-

UITGEBREID JURYRAPPORT

Medea, regie: Ilmer Rozendaal

Ilmer Rozendaal kiest ervoor om af te studeren met Jean Anouilhs Medea – en zet daarmee hoog in. Het is pittig en bewonderenswaardig, zo jong te kiezen voor deze thematiek: de allesverzengende totale liefde; bloedbroeders zijn, partners-in-crime, je moraliteit en humaniteit voor en door elkaar verliezen, en dan de vernietigende vernedering als die liefde je wordt afgenomen: je hebt jezelf totaal uitgeleverd en nu wordt je uitgewist. Met de moord op hun kinderen neemt Medea wraak op Jason, heet het. Maar ze doet veel meer dan dat: ze wist zichzelf uit, ze wist hun liefde uit, ze wist uit wat hun liefde heeft voortgebracht; hun gezamenlijke verleden, en hun gezamenlijke toekomst – want die wordt haar ontnomen. Met die verpletterende emoties durven werken, Medea’s ondenkbare daad ensceneren, dat is een waagstuk. Maar Ilmer Rozendaal slaagt wonderwel.

Dit stuk is sterk tekstgericht, en veel komt dus aan op de spelregie.  Rozendaal heeft van Naomi Vellissariou, hoe jong zij ook is, een gedenkwaardige Medea gemaakt (en uiteraard komt die lof ook Vellissariou toe). Deze Medea is eerder een verhitte puber dan een getekende vrouw, ze is volledig in haar liefde en haar overgave en Vellissariou speelt dat dan ook met haar hele lijf. Wijdbeens en schaamteloos etaleert ze haar seksuele verlangen. Ze maakt de hartstocht en de explosiviteit van een verliefde puber zichtbaar en voelbaar, en illustreert knap hoe basaal, hoe primitief die drift is, als van een dier. Ze spuugt op de grond, trapt tegen stenen, schraapt met haar voeten over de vloer alsof het hoeven zijn. Wanneer Jason haar zijn liefde afneemt, klapt ze dubbel of krimpt ineen als een hond die een schop heeft gekregen.

Vellissariou begint op crisisniveau en houdt dat de hele voorstelling vol. Iets meer tempowisseling had gekund, iets meer lucht, even een wat meer ingetogen emotie, zoals haar zwijgende, droeve mime als ze verslagen ineenzakt op een matras. Maar ondanks het hoge register blijft Vellissariou overtuigend.

Rozendaal heeft van haar Medea een locatievoorstelling gemaakt, en maakt goed gebruik van de mogelijkheden die de omgeving haar aanreikt. Het IJ scheidt de ongelukkige Medea van de feesten in Korinthe. Kreten van passanten worden door Vellissariou als geluiden van het feestgedruis begroet. Wanneer een auto het terrein opdraait, munt ze de spanning uit die daarvan uitgaat; het publiek voelt de dreiging, en de angst van Medea; wordt ze nu opgehaald? Is dit het einde? Acteurs en regisseur hebben knap op dit soort onverwachte invloeden geanticipeerd.

De jury was ook te spreken over de kostuums, met name die van Medea. Het trainingsjackie, de hoge staart en de panter- plateauzolen onderstrepen haar jeugd; ze wordt bijna een gabbermeisje. Het witte broekje benadrukt haar kruis, haar ‘wond’, dat was eerst voor hem, nu is het op slot. Het is alsof Vellissariou een harnas draagt, een kuisheidsgordel, geen man zal haar daar meer aanraken.

Maar het mooist vond de jury de decorvondst waarmee Rozendaal het ‘probleem’ van de kinderen oplost. Het publiek kan zich een tijdlang afvragen wat nu toch de betekenis is van die IKEA-poster op de achtergrond, totdat Medea op zeker moment heel teder de posterkindertjes liefkoost, een verrassend intiem en ontroerend moment. En de slimme, technische vondst die Rozendaal vond voor de moord, maakt dit moment niet minder ijzingwekkend. Integendeel. Hier is een regisseur aan het werk die durft te raken, die met hoofd en hart regisseert.

Het is met veel plezier en hoop voor de toekomst, dat deze jury de Ton Lutzprijs 2011 toekent aan Ilmer Rozendaal voor

Medea.

 

Amsterdam, 1 juli 2011

Dragan Bakema, Liesbeth Coltof, Herien Wensink, Jan Zoet