De Standaard

THEATER: MEDEA

RECENSIE Wouter Hillaert

Medea ***
Gezien op 21 april 2011 in Hasselt.

Met de eerste zomerzon steken ook de eerste openluchtvoorstellingen weer de kop op. Medea, een afstudeerregie van Ilmer Rozendaal van de Toneelacademie Maastricht bij de Queeste, speelde dit weekend tegen het decor van het Albertkanaal in Hasselt. Leuke toevalseffecten geeft dat steeds, zo’n locatie. Zo zou tijdens de generale repetitie een schip met de naam ‘Katharsis’ door het scenebeeld komen varen zijn.
Tragische reiniging: die biedt Medea op en top, en zeker in de twintigste-eeuwse bewerking van Jean Anouilh. De Franse auteur maakte van Medea’s kindermoord, uit wraak tegen haar overspelige man, niet enkel een veel menselijker relatiedrama. Zijn stuk is ook een bredere bespiegeling over geweld op een ruimere schaal.
Het kwam niet toevallig uit in 1946, op de puinen van de Tweede Wereldoorlog. Het conflict tussen Medea en Jason was dat van Europa: slagen we erin weer iets op te bouwen? Moorden wordt bij Anouilh een puur menselijke keuze, het is niet langer een spelletje van de goden.
Het maakt van deze Médée, nooit eerder opgevoerd in Vlaanderen, een prachtig duel. Net omdat de mogelijke verzoening eventjes zo dichtbij komt, wordt de finale doodsteek dubbel zo pijnlijk. Medea drijft met haar kinderen ook zichzelf uit, en het kwaad. Katharsis: een belofte tot heropbouw met de scherven van de haat.
Naomi Velissariou, een studente aan de Maastrichtse Toneelacademie, schiet Anouilhs pijlen af met wonderlijke precisie. Haar twee mannelijke tegenspelers, Joren Seldeslachts en Bram Van Der Kelen, counteren haar gespuw minstens zo overtuigend. Die invoelende retoriek is de mooiste eer die je kunt bewijzen aan een verbaal hooggerecht zonder morele winnaar.
Maar waarom moet deze Medea op een stellage tegen een breed Ikea-reclamebord, en krijgt ze de flodderkleren van een zigeunerin? Ja, ze is bij Anouilh verdreven naar de marginaliteit. Maar haar verzet reduceren tot een anekdotisch huiskamerdrama, een breuk met elke knusse gezinsillusie, is haar nog verder marginaliseren. Tot een verhaaltje, en dat is in strijd met de tekst.
Anouilhs evocatie van ‘s werelds doormalende agressie schreeuwt om een open, abstracte vormgeving. Hier dreigt Medea’s katharsis een krantenbericht in de rubriek moordzaken te worden. Toneel, zeker op locatie, moet de werkelijkheid opengooien, niet inblikken.

De Standaard